“Als er onweer komt, moeten we het hefdak dichtklappen en de stroom afsluiten,” ik klap mijn laptop dicht.
Lief zucht. Geïrriteerd. Dat moment komt bijna altijd als we op vakantie zijn. Want dat doen we anders. Hij leeft met het moment en ik bereid voor. Het liefst alles.
Ik stippel autoweg na autoweg en camping na camping uit, zoek uit welke verloopstekkers ik nodig heb, wat we moeten doen bij pech en dan ook nog liefst in welk land. Ik verzin autospelletjes te doen als de slordig op het asfalt geplakte gele strepen op de Autobahn ons in een file doen belanden en ik ontdek dat er naast de Dom in Keulen een MacDonalds zit waarvan ik zeker weet dat Zoon daar onze avondmaaltijd zal willen nuttigen.
Lief vindt dat ik me teveel zorgen maak. Hij zoekt het avontuur en wil niet alles van tevoren hebben gepland. Hij leeft liever in het moment en ergert zich aan mijn buienradarcheck.
Hij heeft natuurlijk makkelijk praten; als ik er niet was geweest, was zijn vakantie volledig in de soep gelopen. Hij kan op avontuur bij de gratie van mijn bizar goede voorbereiding. Zonder mij zat hij de hele dag in de auto omdat de gele strepen eindeloze opstoppingen en files veroorzaken. Moet je hem dan eens horen.
Onze eerste stop is in Keulen, en het lukt om volgens plan de camper te parkeren op de alvast gereserveerde camperplek en direct met de tram naar de stad te rijden. Ik wil zeker weten dat we de camper veilig achterlaten en doe een laatste buienradarcheck.
“Wanneer gaat het dan onweren, mam?”
“Vanavond misschien.”
“Moet ik dan het hefdak naar beneden doen?”
Ik kijk naar Lief die demonstratief in de richting van de campinguitgang loopt.
“Laat maar even, schat, ik denk dat het pas gaat onweren als we weer terug zijn.”
De wandeling naar de tramhalte duurt ongeveer een half uur, en ik vul snel twee flessen water, zodat we onderweg iets te drinken hebben en loop achter ze aan. De route loopt over de Rheimbrücke en Lief geniet van het spectaculaire uitzicht. Ik check mijn horloge; als we te lang stilstaan missen we de tram. Lief ziet het en slaat een arm om me heen en wijst op de torens van de Dom die in de verte te zien zijn. Ik leg mijn hoofd tegen hem aan, en probeer, net als hij, van het moment te genieten.
In Keulen is het druk, we kunnen over de hoofden lopen. Daar had ik geen rekening mee gehouden. Mijn planning is dat we hier nog zeker drie uur blijven en met zoveel mensen vind ik dat een ware beproeving. Dan blijkt ook dat de werkplaats achter de Dom, waar ze marmeren beelden restaureren, gesloten is. die had ik graag aan Zoon willen laten zien. In de winkelstraat, waar Zoon graag wil kijken, struikelen we over de toeristen. De MacDonalds tegenover de Dom is propvol en we eten onze koud wordende frietjes op de trap voor de Dom in het kabaal van beierende klokken en een uit de maat trommelende djembé-speler.
Lief gooit onze rommel weg en zegt: “Eigenlijk wil ik wel weer gaan. Ik vind het hier veel te druk.”
“Ik ook mam, veel te veel mensen hier.”
Ik voel enige aarzeling, want we zijn hier nog geen twee uur geweest, terwijl ik bedacht had dat we hier toch zeker vier of vijf uur zouden rondlopen. Maar ook ik vind het hier veel te druk.
Nog geen uur later zijn we terug bij de camper. In de verte pakken wolken zich samen. Vanaf de camper is twintig meter naar het strand langs de Rijn. Terwijl het in de verte weerlicht en een paar regendruppels onze huid afkoelen na een verhitte dag, drinken we een biertje op het strand. Dat had ik dan ook weer niet gepland.
Mooi Petra! 👍
LikeLike
Hahaha, leve de vakantie, Liefs mam
LikeLike