Sommige activiteiten zijn thuis zo vanzelfsprekend dat je er niet eens over nadenkt; op de camping vragen ze ineens organisatie. Zo kan ik niet poepen als ik naast me iemand hoor. Thuis is dat geen enkel probleem, met twee wc’s op verschillende verdiepingen kan ik kiezen waar ik in stilte en volledig afgezonderd mijn darmen hun gang kan laten gaan. Op de camping is dit anders. Ik stel best wat eisen aan een goed campingtoilet. De ruimte moet volledig afgesloten zijn, ik heb een plank nodig waar mijn toilettas/telefoon/toiletrol op kan en een haakje waaraan ik mijn jas kan ophangen.
Dit kan overigens ook in het toilet in de camper, maar dat is vanwege mijn darmverlegenheid met twee medereizigers geen optie. Bovendien gaat nogal stinken in zo’n chemisch toilet.
De toiletten op deze camping zijn, op z’n zachtst gezegd, eenvoudig. Er zijn er vier, die zowel door mannen als vrouwen kunnen worden gebruikt. We zijn allemaal hetzelfde lijken ze hier te hebben gedacht. Is niet zo, weet iedere vrouw die ooit een poepende man naast zich heeft gehoord. Tot overmaat van ramp zijn de wc’s niet gescheiden door muren van plafond tot vloer, maar door tussenwandjes met zowel onder als boven een centimeter of 30 ruimte. Verder hebben ze geen plank, ooit hadden ze een haakje, maar dat is afgebroken. Ze steken schril af tegen de rest van de camping, goed verzorgd, ruime plekken. Al onze buren komen hier al vele jaren. Ze wijzen ons de sluiproutes en waar je een verlengkabel voor de elektra kunt lenen. Ze hebben ook allemaal een vaasje bloemen op de campingtafel voor hun caravan hebben gezet. Dat vind ik heel gek, maar ik vraag niet waarom. Misschien maakt me dat nog wel extra de nieuweling. Per slot van rekening ben ik de enige zónder vaasje bloemen op mijn campingtafel.
Vanmorgen besloot ik vroeg, iedereen sliep nog, naar het toilet te gaan. Ik controleerde ieder toilet. Een toilet bleek stuk te zijn, de bedieningsplaat voor het doorspoelen lag netjes op de pot. Het toilet ernaast zat op de hoek, dus daar ging ik. Zo zou er in ieder geval niet direct naast mij iemand kunnen gaan zitten.
Ik ontspande en vouwde alvast wat toiletpapier, toen naast mij de deur werd opengegooid. De beheerder en nog iemand.. “Ja, die doet het niet meer. Die spoelt natuurlijk niet zo.” Nog iemand bromde wat. “Nou, eerst gereedschap.” Ik luisterde naar de wegstervende voetstappen, en terwijl ik wachtte tot mijn darmen hun verlegenheid overwonnen, dacht ik aan de bloemen. Vaste gasten waren natuurlijk op de hoogte van de staat van de toiletten. Dat weerhield ze er echter niet van steeds op deze camping terug te keren. En ze bleven ook meerdere dagen, je zet natuurlijk geen vaas met bloemen op tafel als je maar één nachtje bleef. Maar toch, zelfs zonder darmverlegenheid was het op deze wc’s niet erg prettig toeven.
Ineens begreep ik het; zij wilden zo graag naar deze camping dat ze van lieverlee in hun eigen caravan poepten. En die bloemen? Die maskeerden natuurlijk de geur!