Ecampcipatie

Kamperen betekent dichtbij anderen zijn. Meer dichtbij dan je soms lief is. Zo zag ik de nieuwe buurman in zijn neus peuteren en de bulletjes in de richting van onze camper schieten, de buurvrouw haar haren borstelen midden op het camperveld en de overburen ruziën over het doen van de afwas. (Voor de niet-kampeerders: de regel is, wie kookt hoeft niet af te wassen, of er nu iets ingewikkelds is gekokkereld of alleen een paar broodjes in de van huis meegebrachte airfryer zijn gegooid.)

Zo creëert ieder zijn eigen gewoontes. Zo kook ik altijd (en dus wast Lief af) en sluit ik de camper aan op het stroom. Dat is een klusje dat meestal gedaan wordt door mannen, dus des te meer reden om het als vrouw te doen.

Ik hecht er waarde aan dat ik, als vrouw, zorg dat ik qua camperen alles kan. Stroom aansluiten, kleine reparaties doen, de luifel uitdraaien en stormbestendig vastzetten.

En ook rijden. Ik ken teveel vrouwen die het rijden aan hun man overlaten, omdat ze niet in zo’n grote bus durven te rijden. Dat is overigens niet erg moeilijk, het is net als gewoon autorijden en dat durven we allemaal wel.

En toch rijd Lief het vaakst. Het is gewoon het allermakkelijkst. Zo kan ik lekker navigeren naar de dichtstbijzijnde supermarkt, DJ-en en het is natuurlijk handig om er als eerste uit te kunnen springen zodat ik de camper kan aansluiten aan de walstroom.

Het staat me tegen dat Lief altijd rijdt. Het lijkt niet zo geëmancipeerd, alsof ik nog steeds afhankelijk ben van hem om van a naar b te komen, en dat is natuurlijk niet zo. Daarom rijd ik af en toe ook. Niet omdat ik het zo graag wil, maar om in ieder geval een beetje geëmancipeerd over te komen.

Plaats een reactie