De wegenkaart flappert in de wind, terwijl ik met groene pen de route die we al gereden hebben op het papier teken.
Hoewel ik kan kaartlezen, gebruiken we altijd online navigatie. Dit jaar heb ik er wel om gedacht een navigatie-app te downloaden waarin je de afmetingen en het gewicht van je voertuig kunt invoeren. Enkele jaren geleden reden we op advies van zo’n online navigatie door Oostenrijk terug naar huis, in plaats van de verwachte route via Zwitserland. In Oostenrijk ontstond er file vanwege een ongeluk in een tunnel. Voor wie ooit door Oostenrijk reed; het staat dan muur- en muurvast. Met behulp van de navigatie, die uitging van een personenauto, vonden we een alternatieve route over de Hahntenjoch.
Ik reed. Op een bergpas in de vorm eenbaansweg mét wielrenners en motorrijders in een bus van vijfenhalve meter. Haarspeldbochten zonder vangrail van 14 kilometer lang en ruim 1000 meter klimmen en daarna weer dalen. Toen ik Lief en Zoon en de bus zwetend en huilend beneden aan had laten komen, tolde mijn hoofd.
Een navigatiesysteem dat rekening hield met de afmetingen van ons vehikel – zes meter lang, twee meter dertig breed en twee meter tachtig hoog en 3,5 ton zwaar – leek me dit jaar geen overbodige luxe.
Dat we dit jaar dus over de Splügenpass werden genavigeerd, zou dus wel betekenen dat het met de camper de enige route of op z’n minst de minst gevaarlijke zou zijn. Het was opnieuw een eenbaansweg zonder vangrails met 20 haarspeldbochten aan de Zwitserse en maar liefst 49 aan de Italiaanse kant. En haarspeldbochten zijn met een zes meter lange bus niet op eigen weghelft te doen, dus moet je bij al die 69 bochten rekening houden met tegenliggers. Dat is niet alleen angstaanjagend, het betekent ook voortdurend remmen en aan de kant gaan staan. We hebben over de bijna negen kilometer zowat een uur gedaan. En ja, het was adembenemend mooi om door de Alpen te rijden en langs het Rijnwater omhoog te slingeren, maar comfortabel was het zeker niet.
Ik teken de route in mijn papieren wegenkaarten als souvenir. Ik vind het leuk om van bovenaf te zien waar we langs zijn gereden.
Terwijl ik de Splügenpass in de route teken zie ik dat de San Bernardinotunnel maar een paar kilometer om! Waarom stuurt mijn speciaal aangeschafte campernavigatie ons dan langs die bergpas?
Twintig jaar geleden lachte ik mijn zwager uit, omdat hij met de Tom Tom het centrum van Trier in wilde wandelen. Hoe ingewikkeld kon het zijn om gewoon op de bordjes de parkeergarage terug te vinden? Melig beargumenteerde ik dat als we alles door apparaten lieten doen, we langzaam zouden vergeten dat we ook zelf kunnen nadenken. Ons leven, en vooral onze keuzes, werden dan langzaam overgenomen door intelligente apparatuur zonder dat we daar tegen protesteerden. Nadenken werd immers voortaan voor ons gedaan, wij hoefden alleen nog maar te volgen.
Ik teken de route verder, de smalle dorpsweggetjes langs Lago di Como, en dan opnieuw de bergen in, om bij de camping te komen. Afgezien van de bergweg richting de camping, hadden we de hele route over de snelweg kunnen doen. De brede, rechte en comfortabele snelweg waar tegenliggers lekker aan de andere kant van de middenberm rijden.
Ik heb geen idee waarom mijn navigatiesysteem de toeristische route koos; misschien was het qua kilometers de kortste, maar het was zeker niet de snelste of vooral, de meest veilige.
Bij onze de volgende rit hou ik toch ook de papieren wegenkaart op schoot. Dan ik er tenminste zélf over nadenken of ik een adembenemende route door de bergen wil rijden of juist comfortabel en snel over de snelweg.
