Gedicht

Ik zit met blarenbillen

te broeden op woorden

die standvastig als ezels met hun kont naar mij toe blijven grazen.

Ik zie hun staarten rijzen, opgewonden

als een kind op een treinstation

vang ik het verteersel op.

Ik loer, poer en roer

het verwerkte voer tot zinnen, staar telkens opnieuw

naar zwart knipperende cursor

als pulserend gepest in verwijtend wit scherm.

Ik was mijn vingers in inkt

wis het hele wit gauw.

Ik zit met blarenbillen

te broeden op stront in blauw

Een gedachte over “Gedicht

Plaats een reactie